ECLI:NL:CRVB:2019:440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking recht op bijstand wegens niet melden geldtransacties
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft het recht op bijstand van appellant over januari en maart 2011 ingetrokken en de betaalde bijstand teruggevorderd wegens het niet melden van op geld waardeerbare activiteiten.
De aanleiding was een signaal van de Financial Intelligence Unit Nederland dat appellant financiële transacties (moneytransfers) had verricht. Appellant voerde aan dat deze transacties geen op geld waardeerbare activiteiten waren, maar dit werd verworpen omdat dergelijke transacties in het economisch verkeer als op geld waardeerbaar worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door de transacties niet te melden, ongeacht of hij er een vergoeding voor ontving. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.
Appellant kon niet met objectieve gegevens aantonen dat het om een onbetaalde vriendendienst ging. De Raad concludeert dat het college terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken en de kosten heeft teruggevorderd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van bijstand en terugvordering wordt bevestigd.