Uitspraak
mr. A.J. Wintjes.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam tot opschorting en intrekking van haar bijstand per 25 oktober 2016, en de terugvordering van betaalde kosten over de periode tot en met 31 oktober 2016. Het college handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellante niet is verschenen op de oproepen voor gesprekken op 25 en 27 oktober 2016 en ook niet de gevraagde informatie heeft ingeleverd. De oproepen waren persoonlijk bezorgd door een sociaal rechercheur, waarbij appellante hersteltermijnen van respectievelijk vier en twee dagen kreeg om te reageren. Deze termijnen zijn niet onredelijk kort.
Appellante stelde dat zij afhankelijk is van anderen voor de afhandeling van haar post, maar hiervoor was geen ondersteuning in de stukken. Het is haar verantwoordelijkheid tijdig kennis te nemen van haar post. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die haar verwijtbaarheid wegnemen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens het niet verschijnen op oproepen en het niet leveren van gevraagde informatie binnen redelijke hersteltermijnen.