ECLI:NL:CRVB:2019:438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende informatie
Appellant heeft op 27 juli 2015 een aanvraag voor bijstand ingediend. Het college van burgemeester en wethouders wees deze aanvraag af bij besluit van 25 september 2015, dat na bezwaar op 29 februari 2016 werd gehandhaafd. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat appellant niet alle gevraagde informatie over zijn financiële situatie had verstrekt, waaronder bankafschriften, verklaringen over stortingen en bijschrijvingen, en informatie over zijn ondernemingen.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat de ontbrekende informatie essentieel was voor het vaststellen van het recht op bijstand. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en voegt toe dat de door appellant wel ingeleverde stukken onvoldoende waren om de geldstromen inzichtelijk te maken.
Het verweer van appellant dat hij door lichamelijke en psychische klachten niet in staat zou zijn zijn levensonderhoud te voorzien, leidt niet tot een ander oordeel. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt daarmee het bestreden besluit.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijstand wordt bevestigd wegens onvoldoende verstrekte informatie.