ECLI:NL:CRVB:2019:435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemeld eigenaarschap onroerende goederen in Servië
Appellante ontving een AIO-aanvulling op haar AOW-pensioen, welke door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) werd ingetrokken over de periode 1 juli 2006 tot en met 25 juni 2014. Dit vanwege het niet melden van eigendom van onroerende zaken in Servië, wat van belang is voor het recht op bijstand. De Svb vorderde het volledige bedrag van €34.611,12 terug, omdat de waarde van de onroerende zaken niet kon worden vastgesteld.
In eerste aanleg verklaarde de rechtbank het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij de onroerende zaken reeds in 1984 en 1989 aan haar zoon had geschonken en daarmee het juridisch eigendom had overgedragen. Tevens stelde zij dat zij niet wist dat de onroerende zaken nog op haar naam stonden en dat de rechtbank het e-mailbericht van haar vertrouwensadvocaat onvoldoende waarde had toegekend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat uit het Servische kadaster bleek dat appellante gedurende de periode in geding als eigenaar geregistreerd stond. De schenkingsovereenkomsten waren niet notarieel vastgelegd of door een rechter bekrachtigd, waardoor er volgens Servisch recht geen geldige eigendomsoverdracht had plaatsgevonden. Appellante was dus nog steeds eigenaar en had over het vermogen kunnen beschikken. Haar onwetendheid hierover kwam voor haar eigen rekening en risico. Het ontbreken van opzet deed hieraan niet af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering van €34.611,12 worden bevestigd omdat appellante nog eigenaar was van onroerende zaken die zij niet meldde.