ECLI:NL:CRVB:2019:432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende financiële duidelijkheid
Appellante had een aanvraag om bijstand ingediend op grond van de Participatiewet, die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen en het verstrekte voorschot werd teruggevorderd. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij voldoende informatie had verstrekt om haar bijstandbehoevendheid aan te tonen en dat het college de verstrekte gegevens had moeten controleren en bij twijfel nader onderzoek had moeten instellen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bewijslast in beginsel bij appellante ligt en dat het college niet verplicht is om lacunes in bewijs aan te vullen.
De verklaringen van familieleden over financiële ondersteuning werden onvoldoende geacht omdat deze niet werden ondersteund door controleerbare gegevens. Ook was er onvoldoende informatie over betaling van zorgpremies of eventuele schulden. Het feit dat het college later uit coulance bijstand verleende, veranderde niets aan het oordeel. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende concrete en verifieerbare informatie over de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag.