Uitspraak
17.5323 WIA
OVERWEGINGEN
.Deze uitkering is toegekend tot 28 november 2017.
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was tot eind 2012 werkzaam als [naam functie] en viel in juni 2014 uit wegens rug- en handklachten. Na een eerste medische beoordeling in 2015 en een vervolgonderzoek in 2016 kende het UWV haar een WGA-uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van bijna 70%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het onderzoek onvoldoende was en dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsarts had appellante lichamelijk onderzocht en de beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) goed gemotiveerd. Ook de arbeidsdeskundige bevestigde de geschiktheid van de geselecteerde voorbeeldfuncties.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het lichamelijk onderzoek summier was en dat haar klachten verslechterd waren, maar de Raad oordeelde dat het UWV terecht had gemotiveerd waarom een spontane verbetering mogelijk was en dat de beperkingen in de FML juist waren vastgesteld. De aanvullende rapporten van arbeidsdeskundigen en verzekeringsartsen gaven een overtuigende onderbouwing van de geschiktheid van de functies.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, wees het hoger beroep af en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.