ECLI:NL:CRVB:2019:4312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken eerdere aanvraag
Appellante verzocht om algemene bijstand met terugwerkende kracht over de periode maart tot december 2016. Het college van burgemeester en wethouders van Wormerland wees deze aanvraag af omdat appellante een inkomen had boven de bijstandsnorm en er geen bijzondere omstandigheden waren die toekenning met terugwerkende kracht rechtvaardigden.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij zich eerder had gemeld om bijstand aan te vragen en dat het UWV haar aanvraag om een WAZ-uitkering had moeten doorsturen als bijstandsaanvraag. Ook voerde zij aan dat zij op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) recht had op bijstand in afwachting van de WAZ-uitkering.
De Raad oordeelde dat uit het overgelegde e-mailbericht niet bleek dat appellante zich eerder had gemeld voor bijstand en dat het UWV de WAZ-aanvraag terecht niet als bijstandsaanvraag beschouwde. Tevens was niet gebleken dat appellante om gezondheidsredenen niet of beperkt in staat was haar bedrijf uit te oefenen ten tijde van de WAZ-aanvraag. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag om bijstand met terugwerkende kracht bevestigd.