ECLI:NL:CRVB:2019:4287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen van besluit Ziektewet wegens ontbreken nieuwe medische feiten
Appellante was werkzaam als beveiliger en schoonmaakster en meldde zich in februari 2010 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe, maar stelde in juni 2010 vast dat zij weer geschikt was voor haar eigen werk, waarop het recht op ziekengeld werd beëindigd. Appellante maakte hiertegen geen bezwaar.
In januari 2017 verzocht appellante het UWV terug te komen op het besluit van juni 2010. Het UWV weigerde dit omdat uit onderzoek bleek dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het besluit onjuist maakten. Ook het bezwaar tegen deze weigering werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat sprake was van een chronische depressieve stoornis en dat haar rugklachten niet waren meegewogen. Het UWV handhaafde haar standpunt. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts het dossier en nieuwe gegevens had bestudeerd en dat de klachten destijds al waren meegewogen. De medische beoordeling uit 2010 was niet onjuist, ook niet gelet op latere rapporten die niet terugwerkend relevant waren.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op het besluit en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op het besluit van 15 juni 2010 wordt bevestigd.