Uitspraak
Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. L.J.A. Edelaar.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker had bijstand op grond van de Participatiewet ontvangen, die door het college van burgemeester en wethouders van Leiden op 3 april 2018 werd ingetrokken wegens niet volledige medewerking aan een noodzakelijk huisbezoek op 22 maart 2018. Dit besluit werd gehandhaafd bij besluit van 27 juni 2018. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
In hoger beroep richtte verzoeker zich tegen deze uitspraak en vroeg eveneens een voorlopige voorziening. Verzoeker stelde dat hij sinds de intrekking geen inkomsten had, waardoor een aanzienlijke huurachterstand was ontstaan en ontruiming dreigde. Ter zitting gaf verzoeker aan dat een ontruiming mogelijk kon worden afgewend indien hij weer bijstand of een voorschot daarop zou ontvangen.
Het college verstrekte inmiddels een voorschot van 90% van de toepasselijke bijstandsnorm naar aanleiding van een nieuwe aanvraag van verzoeker op 5 december 2018. Partijen kwamen overeen dat verzoeker zal meewerken aan een huisbezoek in het kader van deze aanvraag en dat het college de aanvraag spoedig zal afronden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen actueel financieel spoedeisend belang bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening, nu het college al voorziet in voorschotten. Ook bleek geen zwaarder belang aanwezig dat de behandeling van de bodemprocedure zou verhinderen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een actueel spoedeisend belang.