ECLI:NL:CRVB:2019:4264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over geschiktheid functies en beperkingen appellant in Ziektewetzaak
Appellant, laatst werkzaam als pijpfitter, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant met beperkingen nog 71,78% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld, onder meer op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren en werktijden, en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren. Hij overhandigde een expertiserapport van een psychiater en andere medische stukken ter onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV. Het expertiserapport gaf geen aanleiding om te twijfelen aan de vastgestelde beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 12 februari 2016. De geselecteerde functies bleken medisch geschikt, ook rekening houdend met de beperkingen. De Raad wees verder op het verschil in situatie bij de toekenning van de Indicatie banenafspraak en de datum van beoordeling.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.