ECLI:NL:CRVB:2019:4254
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV tot beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om met ingang van 25 september 2016 zijn Ziektewetuitkering te beëindigen na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb). De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts de belastbaarheid van appellant op inzichtelijke wijze had gemotiveerd.
Appellant voerde aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn depressieve klachten, oververmoeidheid, agressief gedrag, evenwichtsstoornissen en gebrek aan structuur en initiatief, maar deze klachten waren onvoldoende medisch geobjectiveerd. De rechtbank vond dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd medisch geschikt waren voor appellant.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond geen aanleiding om anders te beslissen. De beslissing van het UWV werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot beëindiging van de Ziektewetuitkering van appellant.