ECLI:NL:CRVB:2019:4147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Smit-de Moor
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en vergoeding proceskosten en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant had een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend gekregen door het UWV, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld. Na bezwaar en beroep werd het besluit van het UWV vernietigd en moest een nieuw besluit worden genomen. Het nieuwe besluit stelde de arbeidsongeschiktheid vast tussen 35 en 80%, waarbij het UWV geen recht op een IVA-uitkering zag.
Appellant stelde dat het UWV onvoldoende had onderbouwd dat hij twintig uur kon werken. Tijdens het hoger beroep nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant, waarna het hoger beroep werd ingetrokken.
De Raad beoordeelde vervolgens het verzoek van appellant tot vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten van in totaal € 6.128,86 en de Staat tot een schadevergoeding van € 1.500,- wegens een overschrijding van de redelijke termijn van ruim een jaar in de rechterlijke fase. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 256,-.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken, het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en de Staat tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.