ECLI:NL:CRVB:2019:4142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als medewerker klantenservice, meldde zich ziek met psychische en energetische klachten. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten vast dat appellant 26,94% arbeidsongeschikt is, wat onvoldoende is voor een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen, waaronder concentratieproblemen, voetklachten en transpiratieaanvallen, onvoldoende waren meegewogen. Ook stelde hij dat een reductiefactor toegepast had moeten worden vanwege de omvang van beschikbare functies.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en zag geen reden te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid. De medische informatie ondersteunde geen ernstiger beperkingen en de arbeidsdeskundige had de resterende verdiencapaciteit correct vastgesteld. Het verzoek tot inschakeling van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.