ECLI:NL:CRVB:2019:4111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- A. Stehouwer
- M. van Paridon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand na niet overleggen bankafschriften binnen gestelde termijn
Appellant ontving bijstand sinds 2009 en werd eind 2016 geconfronteerd met een onderzoek naar de rechtmatigheid van zijn bijstand vanwege het bezit van een auto en caravan. Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn schortte op 29 november 2016 de bijstand op omdat appellant niet op een gesprek verscheen en niet alle gevraagde gegevens, waaronder bankafschriften vanaf mei 2016, had ingeleverd. Vervolgens werd de bijstand ingetrokken per dezelfde datum vanwege het niet verstrekken van de gevraagde gegevens binnen de gestelde termijn.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de bankafschriften niet relevant waren omdat ze niet betrekking hadden op de periode waarin de auto en caravan op zijn naam stonden, en dat de hersteltermijn te kort was. Ook stelde hij dat hij de kosten voor het opvragen van bankafschriften niet kon betalen en geen beroep kon doen op derden om de afschriften te printen. De Raad oordeelde dat de bankafschriften wel relevant waren voor het onderzoek naar de financiële situatie gedurende de bijstandsperiode en dat de hersteltermijn passend was.
Verder bood het college aan om tijdens het gesprek op 2 december 2016 kosteloos de bankafschriften uit te printen, wat appellant niet heeft benut. Zijn medische verklaring gaf geen duidelijkheid over de invloed van zijn PTSS-klachten op zijn handelingsbekwaamheid tijdens het gesprek. De Raad concludeerde dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door geen gebruik te maken van deze gelegenheid en bevestigde het besluit tot intrekking van de bijstand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften wordt bevestigd.