ECLI:NL:CRVB:2019:4095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant ontvangt sinds 2012 bijstand en heeft in februari 2018 bijzondere bijstand aangevraagd voor woninginrichting. Het college wees de aanvraag af omdat het ging om algemeen noodzakelijke kosten die appellant had kunnen reserveren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangetoond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet kon reserveren vanwege financiële ondersteuning aan zijn vrouw en kind in het buitenland. De Raad oordeelde dat dit een herhaling was van eerdere gronden en dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld dat appellant wel had kunnen reserveren. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
Het verzoek om vergoeding van schade werd eveneens afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J.L. Boxum namens de Centrale Raad van Beroep op 17 december 2019.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.