ECLI:NL:CRVB:2019:4066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid en toekenning WIA-uitkering
Appellant, voormalig taxichauffeur, meldde zich ziek vanwege rug- en nekklachten en kreeg een WGA-uitkering toegekend met 100% arbeidsongeschiktheid. Na melding van verslechtering in juni 2016 stelde appellant dat zijn arbeidsongeschiktheid duurzaam was geworden en dat hij aanspraak maakte op een IVA-uitkering.
Het UWV voerde medisch onderzoek uit, waarbij een verzekeringsarts concludeerde dat appellant herstellende was van een operatie en dat de beperkingen niet duurzaam waren. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank Oost-Brabant.
In hoger beroep betwist appellant deze beoordeling, verwijzend naar medische brieven die een blijvende en ernstige situatie aangeven. De Raad oordeelt echter dat de medische prognose op de datum van 22 juni 2016 leidend is, waarbij een meer dan geringe kans op herstel bestond. Latere verslechteringen zijn niet relevant voor die datum.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het verzoek tot schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.