ECLI:NL:CRVB:2019:4064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig keukenmedewerkster, ontving sinds 2013 een WGA-uitkering vanwege volledige arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar van haar werkgever herbeoordeelde het UWV haar arbeidsongeschiktheid en stelde deze vast op minder dan 35%, waarna de uitkering werd beëindigd per 27 augustus 2017.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens een motiveringsgebrek bij de arbeidsdeskundige beoordeling, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar beperkingen onderschat waren, mede door het ontbreken van raadpleging van haar behandelend artsen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat alle relevante medische gegevens waren betrokken. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. Ook de arbeidskundige beoordeling werd bevestigd, waarbij werd overwogen dat alternatieve functies passend waren binnen de belastbaarheid van appellante.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente en proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.