ECLI:NL:CRVB:2019:4045

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 november 2019
Publicatiedatum
12 december 2019
Zaaknummer
17/3840 WAO-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a WAO
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking bestreden besluit UWV over WAO-uitkering

Appellant heeft een hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin een aanvraag voor een WAO-uitkering werd afgewezen. Het UWV had eerder geweigerd appellant een WAO-uitkering toe te kennen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na diverse procedures heeft het UWV bij brief van 10 april 2019 erkend dat het bestreden besluit onjuist is en aangegeven dat het besluit niet wordt gehandhaafd. Tevens zal het UWV een nieuw besluit nemen na medisch en eventueel arbeidskundig onderzoek.

Gelet op deze ontwikkelingen heeft appellant geen belang meer bij een uitspraak op het hoger beroep, omdat het hoger beroep geen additionele rechtsbescherming biedt boven de reeds aangekondigde hernieuwde beoordeling. De Centrale Raad van Beroep verklaart daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 november 2019. Appellant was niet aanwezig bij de zitting, het UWV werd vertegenwoordigd door een gemachtigde. De beslissing is openbaar uitgesproken en bevat een volledige motivering van de procesgang en de overwegingen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV het bestreden besluit heeft ingetrokken en een nieuw besluit zal nemen.

Uitspraak

17.3840 WAO-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 april 2017, 16/7054 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 28 november 2019
Zitting hebben: I.M.J. Hilhorst-Hagen
Griffier: E.D. de Jong
Ter zitting zijn verschenen: Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door F.M.J. Eijmael

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 170,- aan hem vergoedt.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij besluit van 27 mei 2003 heeft het Uwv geweigerd appellant met ingang van
20 september 1993 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt is. Het hiertegen ingediende bezwaar is bij besluit van 21 januari 2004 ongegrond verklaard.
Bij besluit van 24 februari 2010 is het besluit van 21 januari 2004 ingetrokken en zijn de eventuele voor appellant uit de WAO voortvloeiende aanspraken op grond van artikel 30a van de WAO buiten aanmerking gelaten. Bij uitspraak van de rechtbank van 8 februari 2011 is het beroep tegen het besluit van 24 februari 2010 ongegrond verklaard. Deze uitspraak is bevestigd bij uitspraak van de Raad van 1 februari 2012.
Op 7 juli 2016 heeft appellant verzocht om een nieuw besluit over zijn WAO-uitkering.
Bij besluit van 22 juli 2016 heeft het Uwv geweigerd terug te komen van het besluit van 27 mei 2003. Het door appellant hiertegen ingediende bezwaar is door het Uwv bij besluit van 10 oktober 2016 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Desgevraagd heeft het Uwv bij brief van 10 april 2019 te kennen gegeven dat het bestreden besluit onjuist is. Ter zitting is daaraan toegevoegd dat zowel het bestreden besluit als het besluit van 22 juli 2016 niet worden gehandhaafd. Het verzoek van appellant om een nieuw besluit over zijn WAO-uitkering zal worden behandeld als een nieuwe aanvraag en appellant is gevraagd naar Nederland te komen voor een medisch en, indien nodig, een arbeidskundig onderzoek. Het Uwv zal vervolgens een nieuw besluit nemen.
Gelet hierop kan appellant met zijn hoger beroep niet meer bereiken dan hij al bereikt heeft namelijk een hernieuwde beoordeling van een eventueel recht op een WAO-uitkering. Appellant heeft daarom geen belang meer bij een uitspraak op zijn hoger beroep.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend.) E.D. de Jong (getekend.) I.M.J. Hilhorst-Hagen