ECLI:NL:CRVB:2019:4038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing gehandicaptenparkeerkaart ondanks medische bezwaren
Appellante heeft op 6 oktober 2016 een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerkaart, zowel als bestuurder als passagier. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft medisch advies ingewonnen bij de GGD, die op 2 november 2016 adviseerde de aanvraag af te wijzen omdat appellante zich zonder hulp redelijkerwijs meer dan 100 meter kan voortbewegen. Nadere medische informatie van een neuroloog en een oefentherapeut leidde niet tot een ander oordeel.
Het college wees de aanvraag op 26 januari 2017 af en verklaarde het bezwaar van appellante op 8 juni 2017 ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze beslissing op 29 november 2017, waarbij werd geoordeeld dat de medische adviezen zorgvuldig tot stand waren gekomen en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet meer dan 100 meter kan lopen of dat haar medische situatie was onderschat.
In hoger beroep stelde appellante dat haar medische situatie was onderschat en dat zij psychische problemen heeft die haar mobiliteit ernstig beperken, en dat zij op grond van de hardheidsclausule recht heeft op een gehandicaptenparkeerkaart. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische adviezen voldoende gemotiveerd en zorgvuldig waren, dat de aanvullende medische stukken geen nieuwe feiten bevatten die een ernstige loopbeperking onderbouwen, en dat appellante niet voldeed aan de criteria van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De afwijzing van de gehandicaptenparkeerkaart wordt bevestigd omdat appellante niet voldoet aan de criteria voor een loopbeperking.