ECLI:NL:CRVB:2019:4024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens geen toename beperkingen uit zelfde ziekteoorzaak
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, meldde zich in 2009 ziek vanwege knieklachten. Het UWV weigerde in 2011 een WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. In 2016 vroeg appellant opnieuw een WIA-uitkering aan, die wederom werd geweigerd wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de verzekeringsgeneeskundige onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de hartklachten van appellant niet als dezelfde ziekteoorzaak konden worden aangemerkt. De knieklachten waren niet toegenomen volgens medisch onderzoek en rapporten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de hartklachten verergerd waren en dat knieklachten waren toegenomen, onderbouwd met een brief van een orthopedisch chirurg. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de toegenomen beperkingen niet uit dezelfde ziekteoorzaak voortvloeiden. Het beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak.