ECLI:NL:CRVB:2019:3976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- W.F. Claessens
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Verrekening vergoeding tv-deelname als inkomsten bij bijstand
Appellanten ontvingen bijstand volgens de norm voor gehuwden en namen met hun negen kinderen deel aan een tv-programma in de periode juli tot en met december 2017. Hiervoor ontvingen zij een vergoeding van in totaal €6.000,-, verdeeld over twee betalingen in september en november 2017. Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen verrekende deze bedragen met de bijstand over oktober en november 2017 op grond van artikel 58, vierde lid, van de Participatiewet.
Na bezwaar handhaafde het college deze verrekening bij besluit van 17 april 2018. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep is uitsluitend in geschil of de vergoeding inkomsten uit arbeid betreft en daarmee al dan niet buiten beschouwing moet worden gelaten voor de minderjarige kinderen van appellanten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de vergoeding geen inkomsten uit arbeid zijn, maar een vergoeding voor het ongemak en extra kosten door deelname aan het programma. Daarom zijn deze bedragen terecht als inkomsten verrekend met de bijstand. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De vergoeding voor deelname aan het tv-programma is terecht als inkomsten verrekend met de bijstand.