Uitspraak
18.6043 PW
artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving langdurig bijstand en werd na een anonieme tip onderzocht door de gemeente Amsterdam wegens mogelijke onrechtmatigheid. Uit het onderzoek bleek dat zij werkzaamheden als schoonmaakster verrichtte zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde.
Het college trok de bijstand in en vorderde de ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante gehouden kon worden aan haar verklaringen ondanks wisselingen en dat de intrekking en terugvordering rechtmatig waren.
Appellante voerde in hoger beroep geen nieuwe gronden aan. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de intrekking en terugvordering terecht zijn, ook gelet op het ontbreken van een administratie en het feit dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De medische omstandigheden van appellante vormden geen dringende reden om van terugvordering af te zien. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de beslissing zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.