ECLI:NL:CRVB:2019:3953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens exploitatie hennepkwekerij
Appellante ontving sinds 2011 bijstand en was sinds 2012 onder bewind gesteld. In 2017 werd op het door haar gehuurde adres een hennepkwekerij met 350 planten aangetroffen, waarbij zij als verdachte werd aangemerkt. Een sociaal rechercheur stelde een onderzoek in en concludeerde dat appellante betrokken was bij de exploitatie van de kwekerij.
Het college van burgemeester en wethouders van Venlo trok de bijstand met ingang van 1 januari 2017 in en vorderde de gemaakte kosten terug, omdat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door haar betrokkenheid bij de hennepkwekerij niet te melden. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat appellante de exploitant was en dat de opbrengsten aan haar ten goede kwamen.
Appellante voerde in hoger beroep aan niet op de hoogte te zijn geweest van de kwekerij en de huur medio 2015 te hebben opgezegd, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en bevestigde de uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens exploitatie van een hennepkwekerij wordt bevestigd.