ECLI:NL:CRVB:2019:3948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens inkomen uit stortingen en bijschrijvingen
In deze zaak stond de herziening en intrekking van bijstand over meerdere maanden in 2015 en 2016 centraal, vanwege stortingen en bijschrijvingen op de bankrekening van appellante. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer had vastgesteld dat appellante in deze periode inkomsten had genoten die in aanmerking moesten worden genomen bij de bijstandsverlening.
Appellante voerde aan dat het advies van de adviescommissie niet onafhankelijk was omdat de secretaris ook jurist bij het college was, en dat zij ten onrechte niet opnieuw is gehoord na het indienen van e-mailberichten. Deze bezwaren werden verworpen omdat de voorzitter van de adviescommissie onafhankelijk was en de e-mails geen nieuwe relevante informatie bevatten.
Verder stelde appellante dat het ging om leningen van haar ouders en niet om inkomen. De Raad oordeelde dat stortingen en bijschrijvingen op de bankrekening van een bijstandsontvanger in principe als middelen en inkomen worden beschouwd, ook als het leningen betreft. De mogelijkheid tot vrijelijk beschikken over deze gelden en het feit dat zij deze voor haar levensonderhoud heeft gebruikt, maakte dat deze gelden als inkomen moesten worden aangemerkt.
Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de stortingen en bijschrijvingen terecht als inkomen zijn aangemerkt en de bijstand terecht is teruggevorderd.