ECLI:NL:CRVB:2019:3903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als kok, vroeg op 6 mei 2018 een WIA-uitkering aan vanwege schouder- en elleboogklachten. Het UWV stelde op 7 juni 2018 beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en weigerde de uitkering met ingang van 29 juli 2016 toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen aanwijzingen voor meer beperkingen bestonden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen, onderbouwd met een rapport van verzekeringsarts Donkers en een psychodiagnostisch onderzoek. Donkers stelde aanvullende beperkingen voor, ook op psychisch gebied, waaronder een vermoeden van autismespectrumstoornis en zwakbegaafdheid. Het UWV handhaafde haar standpunt.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV. Het medisch onderzoek was zorgvuldig, en hoewel Donkers aanvullende beperkingen suggereerde, werden deze niet bevestigd door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Psychische beperkingen werden niet vastgesteld, en het vermoeden van een diagnose was onvoldoende voor benoeming van een deskundige. De functies die appellant kan vervullen zijn medisch geschikt, waardoor het beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.