ECLI:NL:CRVB:2019:3891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-uitkering bij 40,01% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant is sinds 20 november 2012 arbeidsongeschikt geworden door rugklachten en ontvangt een loongerelateerde WGA-uitkering met een vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 40,01%. Het UWV heeft een loonsanctie opgelegd aan de werkgever en het bezwaar van appellant tegen het besluit tot toekenning van de uitkering is door de rechtbank ongegrond verklaard.
In hoger beroep betoogt appellant dat zijn psychische beperkingen zijn onderschat, mede op basis van een psychiatrisch rapport dat een autismespectrumstoornis en bijkomende klachten constateert. Appellant verzoekt tevens om benoeming van een onafhankelijke psychiater. Het UWV handhaaft het besluit en verwijst naar rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen passend zijn vastgesteld. Het psychiatrisch rapport biedt geen voldoende onderbouwing voor extra beperkingen. De arbeidsdeskundige heeft overtuigend gemotiveerd dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant vallen. Er is geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke psychiater.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Verzoek tot schadevergoeding en proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van de WGA-uitkering met 40,01% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.