ECLI:NL:CRVB:2019:3873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing financiële tegemoetkoming meerkosten kledingslijtage bevestigd
Appellante diende op 5 juli 2017 een aanvraag in voor een financiële tegemoetkoming voor meerkosten door kledingslijtage voor zichzelf en haar dochter. De GGD-arts adviseerde het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om de aanvragen af te wijzen, omdat er geen aanwijzingen waren voor het gebruik van loophulpmiddelen, afwijkend looppatroon of gedragsbeperkingen.
Het college wees de aanvragen op 13 oktober 2017 af en handhaafde deze besluiten na bezwaar. De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen ongegrond, omdat appellante de juistheid en volledigheid van de GGD-adviezen niet betwistte en geen medische onderbouwing overlegd had.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen in belastbaarheid en mobiliteit duidden op een afwijkend looppatroon, wat een vergoeding voor kledingslijtage rechtvaardigde. De Raad oordeelde echter dat de GGD-adviezen zorgvuldig tot stand waren gekomen en dat er geen medische stukken waren die een afwijkend looppatroon of extra kosten onderbouwden.
Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor financiële tegemoetkoming voor meerkosten door kledingslijtage wordt bevestigd.