ECLI:NL:CRVB:2019:376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek om herziening schadevergoeding dienstongeval
Verzoeker, sinds 1984 in dienst bij de gemeente Twenterand, liep op 4 januari 2005 een dienstongeval met een machine op. Na een langdurige procedure, waarbij het college de aansprakelijkheid aanvankelijk afwees, vernietigde de rechtbank Almelo het besluit van het college en stelde aansprakelijkheid vast. De Raad van 12 december 2013 vernietigde echter deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond, omdat het causaal verband tussen het ongeval en knieklachten niet was aangetoond.
Verzoeker diende in juni 2018 een verzoek om herziening in, stellende dat het onderzoek onzorgvuldig was geweest en dat nader medisch onderzoek nodig was. De Raad beoordeelde dit verzoek aan de hand van artikel 8:119 Awb Pro, dat herziening mogelijk maakt bij nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
De Raad oordeelde dat het verzoek geen nieuwe feiten bevatte, maar slechts nieuwe argumenten en dat het verzoek meer dan een jaar na bekendwording van de nieuwe feiten was ingediend. Dit maakte het verzoek onredelijk laat, waardoor het niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad nam daarbij mee dat de voorbereidingstijd geen reden was om de termijn te verlengen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijk late indiening.