ECLI:NL:CRVB:2019:3740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift te laat ingediend tegen definitieve eindafrekening bestuursrechtelijke premie
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van CAK van 21 februari 2018 betreffende de definitieve eindafrekening van de bestuursrechtelijke premie over de periode van 1 oktober 2012 tot 1 januari 2018. Het bezwaar werd echter pas op 16 april 2018 aangetekend verzonden, nadat de bezwaartermijn was verstreken. CAK verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn late indiening te wijten was aan zijn slechte leefomstandigheden, psychische en lichamelijke klachten en medicijngebruik, en dat CAK ten onrechte broninhouding had toegepast. De Raad overwoog dat het bezwaarschrift onherroepelijk te laat was ingediend en dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten.
De Raad benadrukte dat appellant in de bezwaarfase niet had gereageerd op verzoeken om toelichting en dat de omstandigheden die appellant ter zitting aanvoerde onvoldoende waren om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare omstandigheden.