ECLI:NL:CRVB:2019:3735

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 november 2019
Publicatiedatum
22 november 2019
Zaaknummer
18/941 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 48 PWArt. 51 PWArt. 19 Beleidsregel Bijzondere Bijstand 2015
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging toekenning bijzondere bijstand in de vorm van een lening voor duurzame gebruiksgoederen

Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor inrichtings- en stofferingskosten van zijn woning. Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn kende hem een bedrag van € 2.000,- toe als lening voor woninginrichting en € 1.000,- om niet voor stoffering. Appellant gaf toestemming voor uitbetaling van de lening aan het Leger des Heils.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep is uitsluitend in geschil of het college redelijkerwijs kon besluiten de bijzondere bijstand als lening te verstrekken in plaats van een gift. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 51 van Pro de Participatiewet het college een discretionaire bevoegdheid heeft om bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen als lening toe te kennen.

Het college handelde conform het beleid, dat voor woninginrichting een maximumbedrag van € 2.000,- als lening hanteert. De Raad oordeelt dat het ontbreken van informatie aan appellant over het leenkarakter en de terugbetalingsverplichting geen reden is om af te wijken van het beleid. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college terecht bijzondere bijstand als lening heeft toegekend.

Uitspraak

18.941 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 22 december 2017, 17/1732 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Hoorn (college)
Datum uitspraak: 19 november 2019
Zitting heeft: J.J.A Kooijman
Griffier: P.Y.M. Liu
Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. M.T.A.M. Mes. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.E. Nieman.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellant heeft op 24 november 2016 bij het college een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend voor onder meer inrichtings- en stofferingskosten. Bij besluit van 2 januari 2017, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 23 februari 2017 (bestreden besluit), heeft het college aan appellant een bedrag van € 2.000,- aan bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening toegekend voor de inrichting van zijn woning en aan appellant kenbaar gemaakt dat dit bedrag aan het Leger de Heils wordt uitbetaald. Daarnaast heeft het college aan appellant een bedrag van € 1.000,- aan bijzondere bijstand om niet toegekend voor de stoffering van zijn woning. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Tussen partijen is niet in geschil dat appellant aan het college toestemming heeft gegeven het bedrag van € 2.000,- dat het college hem als geldlening heeft verstrekt, uit te betalen aan het Leger des Heils. Tussen partijen is uitsluitend in geschil of het college in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken om de bijzondere bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzaam gebruiksgoederen in de vorm van een geldlening te verstrekken.
Op grond van artikel 48, eerste lid, van de Participatiewet (PW) kan bijstand worden verleend om niet, tenzij in de wet anders is bepaald. Ingevolge artikel 51, eerste lid, van de PW kan bijzondere bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen niet alleen in de vorm van een bedrag om niet, maar ook in de vorm van een geldlening worden verleend. In het tweede lid is bepaald dat, indien een geldlening als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt, het college de aflossingsbedragen en de duur van de aflossing mede afstemt op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van belanghebbende.
Het college komt een discretionaire bevoegdheid toe bij de beoordeling van de vraag of voor de onderhavige kosten bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening of om niet wordt verstrekt. In de memorie van toelichting bij artikel 51 van Pro de Wet werk en bijstand, thans PW, (TK 2002-2003, 28 870, nr. 3, p. 74-75) is opgemerkt dat het voor de hand ligt bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening te verstrekken, indien men uit de algemene bijstand niet heeft kunnen reserveren voor de vervanging van een duurzaam gebruiksgoed.
Ingevolge artikel 19, tweede lid, van de Beleidsregel Bijzondere Bijstand 2015 verleent het college de bijzondere bijstand voor noodzakelijke bijzondere gebruiksgoederen in de vorm van leenbijstand. Het college hanteert voor woninginrichting voor een eenpersoons huishouden een maximumbedrag van € 2.000,-. Het college heeft derhalve gehandeld overeenkomstig zijn beleid door aan appellant bijzondere bijstand toe te kennen in de vorm van een geldlening. De omstandigheid dat appellant niet wist dat het hier een geldlening betrof omdat het college hem daarover geen informatie heeft verstrekt en de omstandigheid dat Leger des Heils hem niet heeft verteld dat het bedrag van € 2.000,- moet worden terugbetaald, zijn geen omstandigheden waarin het college aanleiding had moeten zien om de bijstand in afwijking van het beleid om niet te verlenen.
Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
De griffier is verhinderd te ondertekenen (getekend) J.J.A. Kooijman