ECLI:NL:CRVB:2019:3724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens te late indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had aan betrokkene meegedeeld dat zij onterecht een Ziektewet-uitkering had ontvangen over de periode van 2 oktober 2017 tot en met 26 november 2017, en eiste terugbetaling van €1.448,42 bruto. Betrokkene maakte bezwaar op 15 mei 2018, buiten de wettelijke termijn, en verwees naar een telefonisch contact met een medewerker van het Uwv die haar had geadviseerd een formulier in te dienen.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het bezwaar ontvankelijk omdat het formulier binnen de termijn was ingediend en dit als bezwaarschrift werd beschouwd. Het Uwv ging in hoger beroep en stelde dat het formulier geen bezwaarschrift was en dat het bezwaar te laat was ingediend zonder verschoonbare termijnoverschrijding. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het formulier slechts een voorstel tot betalingsregeling bevatte en geen gronden van bezwaar tegen het besluit van 19 februari 2018. Het telefonisch contact betrof alleen de betalingsregeling, niet de wijze van bezwaar maken.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Het bezwaarschrift van 15 mei 2018 was daarmee terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk wegens te late indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.