ECLI:NL:CRVB:2019:361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Opschorting en intrekking bijstand wegens schending medewerkingsverplichting
Appellanten ontvingen sinds 2010 een aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO) op grond van de Participatiewet. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft het recht op deze AIO-aanvulling opgeschort en later ingetrokken omdat appellanten hun CIN-nummers niet overlegden, waarmee zij de medewerkingsverplichting schonden.
De rechtbank Rotterdam had een eerdere intrekking vernietigd wegens termijnoverschrijding, maar de SVB nam een nieuw besluit tot intrekking per 29 maart 2016. De Raad oordeelde dat het niet overleggen van CIN-nummers terecht werd aangemerkt als onvoldoende medewerking aan een onderzoek in Marokko, conform artikel 17, tweede lid, van de Participatiewet.
Appellanten stelden dat de SVB niet opnieuw om dezelfde medewerking mocht vragen, maar de Raad verwierp dit en benadrukte dat eerdere besluitvorming geen vertrouwen schept dat de SVB afziet van haar bevoegdheden. De overige beroepsgronden werden reeds in eerdere uitspraken gemotiveerd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling wegens het niet naleven van de medewerkingsverplichting.