ECLI:NL:CRVB:2019:3592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluit beëindiging ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante was werkzaam als verkoopmedewerkster en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische en lichamelijke klachten onvoldoende waren onderkend en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische situatie zorgvuldig had beoordeeld, inclusief psychische stoornissen en medicatiebijwerkingen. De Raad vond geen aanleiding voor verdere beperkingen of urenbeperking.
Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het UWV-besluit dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld.