ECLI:NL:CRVB:2019:3587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting en intrekking bijstand wegens niet verschijnen op gesprek
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Het college nodigde haar uit voor een gesprek in het kader van een rechtmatigheidsonderzoek, waarbij zij tevens werd verzocht stukken mee te nemen. Appellante verscheen niet op het gesprek en leverde geen stukken aan. Het college schortte daarop de bijstand op en nodigde haar opnieuw uit, met de waarschuwing dat bij niet verschijnen de bijstand zou worden ingetrokken. Ook bij deze tweede afspraak verscheen appellante niet.
Het college trok vervolgens de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de gemaakte kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij telefonisch had geprobeerd de afspraak te verzetten vanwege het naar school brengen van haar kinderen, maar dat dit niet was toegestaan. De Raad oordeelde dat uit de telefoonnotitie bleek dat appellante had toegezegd te zullen komen en dat zij geen contact meer had gezocht na het gesprek.
De Raad concludeerde dat appellante verwijtbaar niet aan haar verplichtingen had voldaan en bevestigde de eerdere uitspraak. Er was geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstand werd terecht opgeschort en ingetrokken wegens verwijtbaar niet verschijnen op het gesprek en het niet overleggen van gevraagde stukken.