Uitspraak
17.7743 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst de veroordeling tot vergoeding van de schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig leerling verpleegkundige, meldde zich ziek met rugklachten en ontving sinds 2010 een WGA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2016 stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 1 december 2016. Appellante maakte bezwaar en startte een procedure, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij ernstiger beperkt is dan vastgesteld, met name op het gebied van tillen, buigen en duurbelastbaarheid. Zij overhandigde een aanvullend medisch rapport ter onderbouwing. Het UWV bracht een tegenrapport in van een verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had alle relevante medische informatie betrokken en gemotiveerd waarom het aanvullende rapport geen aanleiding gaf tot aanpassing van de functionele mogelijkhedenlijst (FML). De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat de arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 35% was vastgesteld en bevestigde het besluit tot beëindiging van de WGA-uitkering.
Er was geen grond voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 13 november 2019 in het openbaar uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.