ECLI:NL:CRVB:2019:3554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade wegens overschrijding redelijke termijn in WIA-procedure
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure trok appellant het hoger beroep in nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar geheel aan zijn bezwaren tegemoet was gekomen.
De Raad oordeelde dat het UWV de proceskosten van appellant moest vergoeden, begroot op € 2.541,46, inclusief reiskosten en kosten voor het opvragen van medische informatie. Daarnaast stelde de Raad vast dat de redelijke termijn voor de gehele procedure van ruim vijf jaar was overschreden, terwijl maximaal vier jaar redelijk was.
Hierdoor werd de Staat veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van € 1.500,- wegens de overschrijding van de redelijke termijn, en tot betaling van de wettelijke rente. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten vanwege de intrekking van het hoger beroep.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en de Staat tot betaling van € 1.500,- schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.