ECLI:NL:CRVB:2019:3533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening opvang op grond van Wmo 2015
Verzoekster, haar minderjarige kinderen en haar meerderjarige zoon hebben zich gemeld voor opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam bood verzoekster en haar minderjarige kinderen opvang in de crisisopvang, maar weigerde de meerderjarige zoon toe te laten. Verzoekers dienden een aanvraag in voor opvang, die door het college werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van verzoekers tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat verzoekster voldoende zelfredzaam is en verzoeker niet in aanmerking komt voor maatschappelijke opvang. Verzoekers stelden daarop verzoeken om voorlopige voorziening in.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college de opvang voor verzoekster en haar minderjarige kinderen niet zal beëindigen en dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat de geboden opvang onvoldoende is. Verzoeker verblijft elders en heeft toegang tot een bed-bad-brood-regeling. Gezien deze omstandigheden is geen spoedeisend belang aanwezig om een voorlopige voorziening te treffen, waarna de verzoeken zijn afgewezen.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening voor opvang worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.