Uitspraak
16.7335 WIA
mr. Kramer verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sluijs.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als schoonmaker, viel uit wegens chronische klachten en ontving een WIA-uitkering. Na een verzoek tot herbeoordeling stelde het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 44,85%, wat appellant betwistte en hoger beroep instelde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen, waaronder het post-poliomyelitis syndroom en handklachten, onderschat waren en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV: de verzekeringsarts had rekening gehouden met alle klachten en de arbeidsdeskundige had de geselecteerde functies passend bevonden. Er was geen aanleiding voor een onafhankelijke deskundige. Wel werd een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bestuursrechtelijke procedure. De Staat werd tevens veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt bevestigd en appellant ontvangt een schadevergoeding van €500 wegens termijnoverschrijding.