ECLI:NL:CRVB:2019:3511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting over verkoop onderneming
Appellanten hadden een bijstandsaanvraag ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag werd afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze afwijzing.
De kern van het geschil betreft de periode van 10 februari 2016 tot en met 4 april 2016, waarin appellanten onvoldoende controleerbare gegevens over de verkoop van hun onderneming per 3 december 2015 hebben verstrekt. Hoewel zij veel stukken overlegden, ontbraken essentiële documenten zoals een koopovereenkomst en jaarstukken over 2015, waardoor de financiële situatie niet duidelijk werd.
De rechtbank had het beroep van appellanten tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en de Raad volgt dit oordeel. Het standpunt van appellanten dat de rechtbank een onjuist toetsingskader hanteerde, wordt verworpen. De schending van de inlichtingenverplichting leidt ertoe dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellanten wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de verkoop van hun onderneming.