ECLI:NL:CRVB:2019:350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding reiskosten werkervaringsplek wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, geboren in 1990, ontvangt sinds 2008 een Wajong-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2015 was appellant via een werkervaringsovereenkomst werkzaam bij een bedrijf, maar had hij regelmatig problemen met tijdige aanwezigheid. Zijn vader vervoerde hem daarom tijdelijk met de auto naar de werkervaringsplek. Appellant verzocht vergoeding van deze reiskosten.
Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant in staat is zelfstandig te reizen met algemeen gebruikelijke vervoermiddelen en er geen medische noodzaak is voor vervoer door derden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische problematiek, waaronder MDD, ADHD en een lichte verstandelijke handicap, hem verhindert zelfstandig te reizen.
De Raad concludeert dat appellant deze medische noodzaak niet met medische stukken heeft onderbouwd. Uit de hoorzitting blijkt dat appellant zelfstandig met de bus kan reizen, maar de financiële situatie destijds belemmerde hem. Het vervoer door ouders was begrijpelijk maar verandert niets aan het ontbreken van medische noodzaak. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de reiskostenvergoeding bevestigd.