ECLI:NL:CRVB:2019:3476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld na eerstejaars ZW-beoordeling wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellante, laatst werkzaam als telefoniste/receptioniste/administratief medewerker, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars ZW-beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende gemotiveerd was, dat rekening gehouden had moeten worden met medicatiegebruik en wisselende diensten, en dat er een deskundige benoemd had moeten worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was, dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te dienen (equality of arms), en dat er geen reden was om aan de juistheid van de beperkingen in de FML te twijfelen. De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies passend waren en dat het UWV het recht had om het ziekengeld te beëindigen.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee het besluit van het UWV standhield. Er werd geen deskundige benoemd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.