Uitspraak
19 273 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, als enig bestuurder en aandeelhouder van een BV, ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden trok de bijstand in en vorderde gemaakte kosten terug, waarna de BV namens appellant bezwaar maakte. Het college verklaarde het bezwaar gegrond maar wees het verzoek tot vergoeding van bezwaarkosten af omdat geen sprake was van door een derde verleende beroepsmatige rechtsbijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de BV als derde moest worden beschouwd voor toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Raad oordeelde echter dat, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad, geen sprake is van een derde als feitelijk de betrokkene zelf optreedt, ook al is dat namens een rechtspersoon.
Hierdoor was het college niet gehouden de kosten te vergoeden. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van bezwaarkosten wordt afgewezen omdat appellant feitelijk zelf optrad en de BV geen derde is.