Uitspraak
17.5369 WIA, 18/5341 WIA
OVERWEGINGEN
35 tot 45%.
1 augustus 2017 een WGA-vervolguitkering, gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%, toegekend.
2 mei 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig buschauffeur, viel in 2009 uit wegens rug- en psychische klachten en ontvangt sinds 2011 een WGA-uitkering. Na diverse herbeoordelingen stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast tussen 35% en 55%, met bijbehorende WGA-vervolguitkeringen.
Appellant maakte bezwaar tegen de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid per 1 februari 2016 en 2 mei 2017, stellende dat zijn functionele mogelijkheden minder zijn dan aangenomen. Zowel de rechtbank Amsterdam als het UWV concludeerden na medisch en arbeidskundig onderzoek dat de beperkingen juist waren vastgesteld en de geselecteerde voorbeeldfuncties passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Raad volgde de eerdere oordelen en vond geen aanwijzingen voor een wezenlijke verandering in zijn medische situatie of onderschatting van beperkingen. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraken en wees het hoger beroep af.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldig en volledig medisch onderzoek bij het bepalen van arbeidsongeschiktheid en de toekenning van WGA-vervolguitkeringen. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% en wijst het hoger beroep af.