ECLI:NL:CRVB:2019:344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens overschrijding verblijf buitenland zonder dringende redenen
Appellant had toestemming gekregen om van 18 januari 2016 tot en met 14 februari 2016 in het buitenland te verblijven. Vanaf 16 februari 2016 verbleef hij echter langer dan de toegestane periode van vier weken, waardoor het recht op bijstand verviel op grond van artikel 13 van Pro de Participatiewet.
Appellant voerde aan dat zijn medische situatie zeer dringende redenen vormde om bijstand te blijven ontvangen, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen van het college waren gedaan.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van bijstand wegens overschrijding van het verblijf in het buitenland wordt bevestigd.