Appellant, werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving aanvankelijk een volledige WGA-uitkering. Het Uwv beëindigde deze uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een psychiatrisch expertiserapport.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het Uwv artikel 46a Wet WIA had moeten toepassen vanwege onvoldoende medewerking aan medische onderzoeken. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak wegens overschrijding van de procesgrenzen en beoordeelt zelf de rechtmatigheid van het besluit.
De Raad oordeelt dat appellant voldoende heeft meegewerkt, dat de onderzoeken zorgvuldig zijn uitgevoerd met aanwezigheid van een tolk, en dat er geen aanwijzingen zijn voor een relevante psychiatrische stoornis. Medische rapporten bevestigen dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
De Raad verklaart het beroep ongegrond, bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering per 11 februari 2017, en veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant.