ECLI:NL:CRVB:2019:3406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidsbeoordeling en geschiktheid voorbeeldfuncties in WIA-uitkering
Appellant, laatst werkzaam als conciërge, ontving een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na een melding van toegenomen klachten per 5 januari 2016, voerde het UWV een medisch onderzoek uit. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat de psychische en energetische belastbaarheid was afgenomen, maar dat de beperkingen niet zodanig waren dat de arbeidsongeschiktheid moest worden verhoogd.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook rekening was gehouden met eerdere medische gegevens en de klachten van appellant. De rechtbank verwierp het verweer dat het onderzoek onzorgvuldig was vanwege politieke betrokkenheid van het Turkse ziekenhuis en vond dat de geselecteerde voorbeeldfuncties medisch geschikt waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder onvoldoende rekening houden met knie-, oog- en psychische klachten en taalbeheersing. De Centrale Raad van Beroep bevestigde echter de eerdere uitspraak, benadrukkend dat de verzekeringsarts zelf onderzoek had gedaan en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. Ook de arbeidsdeskundige had overtuigend toegelicht dat de voorbeeldfuncties geschikt waren.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en de arbeidsongeschiktheid en geschiktheid van de voorbeeldfuncties juist zijn vastgesteld, waardoor het hoger beroep wordt afgewezen.