ECLI:NL:CRVB:2019:3391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante, voormalig cassière, ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering die het UWV beëindigde omdat haar arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35% was vastgesteld. Na een zorgvuldige medische herbeoordeling door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zij benutbare mogelijkheden heeft en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd passend zijn.
De rechtbank had het besluit van het UWV al bevestigd en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren onderbouwd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende was, dat haar psychische beperkingen niet juist waren meegewogen, en dat het equality of arms-beginsel was geschonden.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV voldoende ruimte had geboden voor het indienen van medische stukken en dat de medische beoordeling inhoudelijk juist was. De Raad verwierp het verzoek om een psychiater als deskundige te benoemen en bevestigde dat de functies passend zijn gelet op de beperkingen van appellante.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering per 2 september 2016 bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de WGA-loonaanvullingsuitkering terecht heeft beëindigd wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage onder 35%.