ECLI:NL:CRVB:2019:3352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde gokinkomsten en betalingen ex-echtgenote
Appellant ontvangt sinds 2011 bijstand op grond van de Participatiewet. Het college heeft een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij bleek dat appellant in de periode 2011-2016 inkomsten had uit gokactiviteiten en in 2017 bedragen ontving van zijn ex-echtgenote. Deze inkomsten zijn niet gemeld.
Het college heeft daarop besloten de bijstand over diverse maanden te herzien en een bedrag van €7.520,85 terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de gokwinsten en betalingen als inkomen moeten worden aangemerkt, ongeacht de wijze van besteding.
Appellant voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan, maar de Centrale Raad van Beroep vindt de gemotiveerde overwegingen van de rechtbank juist en bevestigt de uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand bevestigd.