ECLI:NL:CRVB:2019:334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens vervallen procesbelang bij fiscale schadevergoeding ambtenaar
Appellant, sinds 1990 ambtenaar bij de gemeente Amsterdam, werd in 2010 ontslagen, maar dit ontslag werd in 2014 door de Raad herroepen. Appellant vorderde nabetaling van salaris met terugwerkende kracht en vergoeding van fiscale schade die voortvloeide uit de nabetaling.
Na diverse brieven en ingebrekestellingen betaalde het college uiteindelijk het salaris en werd een verzoek om fiscale schadevergoeding afgewezen wegens gebrek aan bewijs van daadwerkelijke schade. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze afwijzing.
Tijdens de zitting bereikten partijen overeenstemming over de fiscale schadevergoeding en de vergoeding van de kosten van een fiscaal deskundige. Het college betaalde het overeengekomen bedrag en de factuur van de deskundige. Hierdoor verviel het belang van appellant bij het hoger beroep, dat daarom niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Raad veroordeelde het college tot betaling van de proceskosten van appellant en vergoedde het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door A. Beuker-Tilstra op 29 januari 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het college de fiscale schadevergoeding volledig heeft toegekend, waardoor het procesbelang van appellant is komen te vervallen.