ECLI:NL:CRVB:2019:3338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging medewerking UWV aan beslaglegging op WIA-uitkering
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin bezwaar tegen een beslaglegging op haar WIA-uitkering ongegrond werd verklaard. Het UWV baseerde het besluit op de verplichting om medewerking te verlenen aan executoriale besluiten en het respecteren van de beslagvrije voet.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV gehouden is medewerking te verlenen aan het beslag, waarbij de bezwaren van appellante reeds in eerdere uitspraken waren verworpen. Tevens werd gesteld dat appellante haar bezwaren tegen de beslaglegging kan voorleggen aan de civiele rechter.
In hoger beroep voert appellante gelijke gronden aan, waaronder het betwisten van de rechtmatigheid van het beslag en de hoogte van de beslagvrije voet. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en bevestigt dat het UWV binnen het kader van het beslag heeft gehandeld en medewerking moest verlenen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.